(27-9-2013)

Musici, en dan specifiek blazers, hebben een behoorlijke kans dat ze mond-, gebits- of kaakgewrichtklachten krijgen. Iedere tandarts krijgt vroeg of laat met deze musici en hun specifieke problematiek te maken. Een artikel uit het Nederlands Tandartsenblad.

 Met welwillende toestemming van de auteur Kees Hein Woldendorp, nemen wij dit artikel uit het Nederlands Tandartsenblad over.

Bron: Het Nederlands Tandartsenblad 20 september 2013

Auteur: Kees Hein Woldendorp, revalidatiearts

 

TANDHEELKUNDIGE PROBLEMEN  BIJ MUSICI  

 

Verkeerde ingreep kan muziekcarrière ruïneren.

Zo'n vijf procent van de patiënten van iedere tandarts bespeelt een blaasinstrument.
Deze patiënten kunnen problemen in het orofaciale gebied hebben die de tandarts gemakkelijk ontgaan.
De beste remedie om dergelijk problemen te achterhalen, is deze patiënten er specifiek naar te vragen.

Musici, en dan specifiek blazers, hebben een behoorlijke kans dat ze mond-, gebits- of kaakgewrichtklachten krijgen. Het doet er daarbij nauwelijks toe of het jongeren, ouderen, amateur- of professionele musici betreft. Iedere tandarts krijgt vroeg of laat met deze musici en hun specifieke problematiek te maken. De vraag is of hij de problematiek ook herkent, bovendien is het lastig dat zowel de patiënt als de behandelaar vaak niet beseft dat er hulp nodig en mogelijk is. Wat doet u met een puber die als hout- of koperblazer naar het conservatorium wil en een beugel nodig heeft? Of met een patiënt met een overbeet die klarinet speelt; een koperblazer met gingivitis en pijnklachten in de mond?

Stressfactoren
Lichamelijke en psychosociale problemen zijn veel muzikanten niet onbekend. Tot zeventig procent van de professionele musici kan vanwege dergelijke klachten gemiddeld twee weken per jaar niet werken. Niet verwonderlijk als gekeken wordt naar de stressfactoren die met hun beroep samenhangen. Denk alleen al aan de mate van perfectie die van hen wordt verlangd en de geforceerde houding waarin sommigen hun beroep moeten uitoefenen.

Het zijn — uiteraard — vooral blazers die specifieke vragen over klachten in en rond de mond hebben. Dat is niet vreemd als je je bedenkt dat bijvoorbeeld een klarinettist met een mondstuk zo'n acht uur per dag letterlijk en figuurlijk een wig tussen zijn onder- en bovengebit drijft. En dat vaak al van jongs af aan. Het zich ontwikkelende gebit — maar ook het kaakgewricht — heeft een oplossing moeten vinden voor deze situatie. Bij welke inclinatiehoek van de snijtanden adviseert u dat er een reconstructie dient plaats te vinden?

Maar niet alleen blazers, ook een (alt)violist die zijn instrument vele uren asymmetrisch onder de kaak klemt, heeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van klachten. Uit onderzoek blijkt dat de schedelgroei en kaakontwikkeling bij deze groep zich asymmetrisch volgens een specifiek patroon ontwikkelt. Daarbij komt nog dat veel beroepsmusici een onregelmatig bestaan hebben, slechter eten, soms verslavingsgedrag vertonen, minder structureel hun mondhygiëne bijhouden en vaak ook financieel beperkte mogelijkheden hebben voor goede tandheelkundige zorg. In de diagnostiek en behandeling is het nodig om op de hoogte te zijn van de specifieke factoren die bij het individu een medeoorzaak van de klachten zouden kunnen zijn.

 

Transdisciplinair denken
(Para)medici buiten de tand/mondheelkunde worden ook regelmatig geconfronteerd met klachten die uiteindelijk terug te voeren zijn op problemen in het mond-, gebits- of kaak(gewricht)gebied. In de revalidatiegeneeskunde en orthopedie betreft dit vaak pijnklachten in het nek/schouder gebied, bij de neuroloog hoofdpijnklachten, bij de KNO-arts de bijholteproblematiek; u kunt zich hier nog wel wat bij voorstellen, alhoewel u waarschijnlijk nog nooit met een revalidatiearts heeft overlegd. Omgekeerd komt het waarschijnlijk ook weinig voor dat de revalidatiearts gericht met u overlegt, aangezien de mond- en tandheelkunde bij de gemiddelde arts een 'niemandsland' is. En onbekend maakt onbemind.


Onduidelijker wordt het bijvoorbeeld bij ademhalings-en darmproblemen. Er blijkt een directe en complexe relatie te zijn tussen onder andere de tongmusculatuur en het middenrif. De tong heeft weer een directe relatie met de rest van het mondgebied. Zeker bij blazers en zangers die de gehele mondholte inzetten bij de toonvorming en articulatie, heeft dit alles verstrekkende gevolgen.

Bij musici met klachten in het mondgebied kan deskundig advies worden gevraagd, bijvoorbeeld bij de Nederlandse Vereniging voor Dans en Muziekgeneeskunde of Revalidatie Friesland. Dit geldt met name als de klachten steeds terugkeren, langer dan zes weken duren of als de patiënt niet goed reageert op de ingezette behandeling.

Mondstukken
In dit kader voert een uitgebreide opsomming van alle specifieke problematiek te ver. Een aantal highlights over bijvoorbeeld de directe interactie tussen de mondstukken van blaasinstrumenten en de orofaciale structuren zijn wel nuttig om te noemen. Hiervoor is de indeling van Strayer (figuur 1) erg verhelderend. Klasse A betreft dan de koperblaasinstrumenten met een onderverdeling in hoge instrumenten, zoals de trompet en lage instrumenten zoals de tuba en trombone. Bij de eerste worden kleine mondstukken gebruikt, bij de laatste groep grote. U kunt zich voorstellen dat langdurige druk van een groter mondstuk een andere invloed (en op een andere plek ten opzichte van het gebit) heeft, dan een klein mondstuk.


De druk die het mondstuk op de lipspieren en het ge-bit uitoefent, is zeer verschillend. Toch kan men zich er snel in vergissen hoe dit in de binnenkant van de mond gaat. De dwarsfluit veroorzaakt relatief weinig druk, de hobo en andere hoogklinkende koperinstrumenten (trompet) zorgen echter voor zeer hoge druk tot in het zachte gehemelte. Komt daar nog een correctieneiging bij in verband met een aanwezige over-, of in mindere mate, onderbeetstand (vergelijk bruxisme), dan is het wachten op verstoring van de stabiliteit en coördinatie van de intra-orale spiertjes. Instabiliteit en ongunstige belasting van het craniomandibulaire gewricht met dysplasie kan het vervolg zijn. Belangrijk is te realiseren dat bij musici tot dertig procent hyperlaxiteit van gewrichten — en dus ook instabiliteit van het kaakgewricht — voorkomt; dat is veel meer dan in de normale populatie.

Over- of onderbeet
Omdat de positie van de verschillende blaasinstrumenten ten opzichte van het gebit anders is, kan het zijn dat sommige instrumenten een over- of onderbeet juist stimuleren. Gespecialiseerd kaakchirurg Berndt Lapatki heeft hiervoor een verhelderend overzicht ontwikkeld. Hiermee is het direct duidelijk of bepaalde combinaties van soort instrument en kaakstand gunstig dan wel ongunstig zijn. Soms kan een blaasinstrument juist worden ingezet om een ongunstige stand van de snijtanden te verbeteren. Meest bekende voorbeelden hiervan zijn het bespelen van de klarinet of saxofoon bij een Angle-klasse 11-2 of het bespelen van de dwarsfluit bij Angle-klasse II-1 (de tegengestelde stand van de bovensnijtanden ten opzichte van de ondertanden).


Het stoten of langdurige druk van het mondstuk tegen lippen, tandvlees of gebitselementen kan ook veel problemen geven. Een goede analyse kan worden gemaakt door de tandarts of kaakchirurg, maar ook mondhygiënisten en tandartsassistenten zijn uitstekend in staat om dit soort oorzaken op te sporen. Het is van belang om de patiënt het instrument te laten meebrengen en te beoordelen wat de blazer feitelijk doet. Met een nuchtere blik komt men dan een heel eind. Waar staat het mondstuk ten opzichte van de mond? Zijn er opvallende zaken te zien in het algemeen of als de blazer hoog dan wel laag speelt? Elke blazer verandert dan een beetje zijn/haar embouchure.

Model
Bij een afwijkende stand van gebitselementen of asymmetrieën in het gebit kunnen snel problemen ontstaan. Grotere problemen kunnen zich echter voordoen als bij een goed functionerende blazer gebitselementen qua stand worden aangepast. Het is dan van belang om een model te hebben van de uitgangssituatie, zodat altijd kan worden teruggewerkt naar deze situatie, mocht er, bijvoorbeeld traumatisch, een gebitselement verloren gaan, Ook hier geldt dat een nuchtere blik op de combinatie van blaasinstrument en blazer veel informatie kan opleveren. Wat het belang van de inclinatiestand van de snijtanden op het blazen betreft wordt hier volstaan met de melding dat deze stand bepalend is voor de richting van de luchtstroom in de mondholte naar de lippen toe. Onder invloed van beugels maar met name de ouderdom verandert de inclinatiehoek en kan orthodontisch ingrijpen soms genoodzaakt zijn ten behoeve van in ieder geval het musiceren.

KEES HEIN WOLDENDORP is revalidatiearts en coördinator van de polikliniek voor Muziek en Revalidatie bij Revalidatie Friesland,
www.revalidatie-friesland.nl . Zelf speelt hij onder meer viool.

 

EDUCATIEF PROJECT (IEPE)

Als het om de specifieke mondzorg voor musici gaat, is het dringend nodig dat de kennis daarover bij onder meer tandartsen, kaakchirurgen en orthodontisten toeneemt. Het komt in Nederland nog geregeld voor dat onnodig tandheelkundige ingrepen plaatsvinden, waar andere zorg beter op zijn plaats was geweest. Verkeerde ingrepen kunnen ertoe leiden dat een muziekcarrière wordt geruïneerd. Tijdens het Internationaal Educatief Project over Embouchure, adem- steun en zang (IEPE), op 2 november in Beetsterzwaag, geven sprekers uit diverse disciplines in één dag een 'state of the art' overzicht over de fysieke voorwaarden om tot blazen (=embouchure) of zang te komen. Naast inhoudelijke voordrachten door diverse Europese hoogleraren die voor het eerst in Nederland spreken, wordt de dag opgeluisterd door topartiesten die de theorie praktisch illustreren. Tandartsen, kaakchirurgen en orthodontisten doen tijdens dit symposium kennis op die ze in staat stelt een afgewogen oordeel op te stellen over tandheelkundige problemen bij musici, hun grenzen in specifieke kennis en vaardigheden bij musici beter te leren inschatten, de indicatie richting andere ter zake doende disciplines juist te kunnen stellen en te begrijpen wat deze disciplines terugkoppelen.
Kijk voor meer informatie op: www.revalidatie-friesland.nl/professionals/symposium .

 

PRAKTISCHE TIPS
Musici kosten tijd. Eén keer meer tijd nemen levert veel resultaat op.
• Behandel zonder kennis van zaken nooit een hout- of koperblazer met standscorrigerende ingrepen tenzij vooraf deskundig advies is ingewonnen.
• Bij (semi)professionele blazers is het zeer raadzaam om een uitgangsbasis van het gebit in gips vast te leggen.
• Indien klachten langer dan zes weken bestaan of gedeeltelijk therapieresistent zijn, kan verwijzing naar een collega-specialist, ander specialisme of transdisciplinair werkend team een overweging zijn. Denk bij nekklachten bijvoorbeeld eens aan de revalidatiearts.

Terug